Tinkboekje Leo Flapper

0
294
leo Flapper

”Frijheid op stritte”

Dodenherdenking in Blauwhuis 4 Mei 2011. Een leven in beeld. Leonardus Flapper 1925-1943. Overleden in kamp Ravenbrück in Duitsland. Door Truke Thieke Bekema en Nel Bekema-Hoekstra.

Omdat zijn oudste zus Jantje nog geen 21 jaar was, werd er een voogd aangesteld. Leo en z’n jongste zus Giny brachten daardoor een deel van hun jeugd door in het gezin van zijn voogd Johannes Jacobs Galama en Dorothea Galama-Flapper op Rytseterp 2 bij Tjerkwerd. Uit die tijd is bekend, dat hij op z’n fietsje van Tjerkwerd naar de lagere school in Blauwhuis kwam.

In 1937 of 1938 deed Leo de Plechtige Hernieuwing van de Doopbeloften in de Vituskerk te Blauwhuis. Bij deze gelegenheid liepen ‘leidsters in lange jurken met een gouden kroontje’ altijd voorop en mocht één van de jongens het ‘Credo’ zingen, dat door een van de zusters ingestudeerd werd. In dat jaar was Leo de voorzanger en zijn zang van de tekst, aangeleerd door zuster Alacoque: “Kinderen, welk geloof hebt gij. Zegt Uw Credo, antwoord mij”, was zo plechtig en imponerend, dat mensen in Blauwhuis die hem hebben gekend, het zich nu nog kunnen herinneren.

Na de lagere school ging hij naar de M.U.L.O. -school in Medemblik en zat op het internaat van Huize St. Radboud. In juni 1942 behaalde hij het Diploma B Machineschrijven en in juli van dat jaar deed hij examen in 13 vakken en behaalde hij Diploma A. M.U.L.O. Daarna ging hij in Medemblik naar de Kweekschool St. Radboud.

Gezin Ane Flapper
Gezin Ane Flapper.

In 1936, na de dood van hun ouders, runden Leo z’n zussen en z’n broer Dominicus de boerderij. Een moeilijke tijd. Mede door het feit, dat hun vader in de laatste jaren van z’n leven veel geld had verloren, omdat hij voor een buurman die failliet ging, een toegezegde borg moest betalen, Dominicus geen ambities had om boer te worden, en omdat de voogd niet bij machte bleek z’n taak goed uit te voeren, moest de boerderij in mei 1937 publiekelijk worden verkocht. Op 5 mei 1937 kocht z’n oudste zus Jantje voor fl. 1200,- de woning aan de huidige Vitusdyk 4 in Blauwhuis (werd contant betaald).

Op 12 september 1939 trouwde ze met Jan Bekema. Bij hen vonden Leo en de andere zussen en broer weer een thuis. Ze waren altijd welkom en verbleven er vaak voor langere periodes. Z’n broer Dominicus werkte in die tijd vlak over de grens bij Venlo in Duitsland bij een boer in Klein Kevelaar (Gelderen). Hij bleef daar tot december 1942.

Door de oorlog was reizen er niet gemakkelijker op geworden en vanaf begin 1943 woonden Leo en z’n broer Dominicus weer permanent in Blauwhuis bij het gezin van z’n zus Jantje en haar man Jan, dat inmiddels was uitgebreid met 3 dochters.

Jappie Leo, Sikke w
Jappie Galama, Leo Flapper en Sikke Galama in 1935.

In de laatste oorlogsjaren kregen de zusters van het St. Theresiahuis in Blauwhuis van hun medezusters van de Zusters van de Voorzienigheid in Amsterdam, steeds vaker de vraag of de zusters wilden helpen; in Friesland was melk, daar kon je boter en kaas van maken en in de landbouwstreek waren aardappelen. In deze tijd werd in vele dorpen in Friesland tegen de klippen op geslacht. De zusters hadden in Blauwhuis daaromtrent hun relaties, goede helpers, die de weg wisten en het risico wilden nemen om het een en ander naar de medezusters in Amsterdam te transporteren. Soms deed men dit per schip over het IJsemmer, andere keren met een vrachtauto over de Afsluitdijk. Dit ging keer op keer goed, want voor een flinke fles ‘Schnaps’ deden de Duitsers wel een oogje dicht.

Ook Dominicus en Leo deden volop mee aan het slachten en de transporten. Hoewel ze eigenlijk moesten onderduiken vanwege de Arbeitseinsatz, zagen zij hun rol als koerier wel zitten. Helaas ging het mis in het najaar van 1943. Leo was toen net 18 jaar. Ze reden mee met een tankauto van de melkfabriek Hollandia waarin het vlees zat, vernuftig verborgen in een speciaal daarvoor gemaakte ruimte in de tank. Het vlees moest behalve bij de zusters in Amsterdam, bij nog een paar andere adressen worden afgeleverd. Dominicus deed dit in Amsterdam en Leo ging naar Zandvoort, waar hij zijn ‘vrachtje’ bracht bij de familie Simons, bij wie Anna Bekema (zus/schoonzus van Jan en Jantje) in betrekking was als dienstmaagd. De heer Simons raadde Leo aan bij hen te blijven, maar hij wilde terug naar zijn broer in Amsterdam.

Vanaf hier zijn er twee versies over wat er daarna gebeurde. Welke van de twee waar is laten we in het midden, omdat we helaas geen navraag meer kunnen doen bij de direct betrokkenen. De eerste versie is, dat de jongens, toen ze ’s avonds weer bij elkaar waren in Amsterdam, werden opgepakt bij een razzia en zijn overgebracht naar Scheveningen. Enkele weken later werden ze in een trein op transport gezet naar Duitsland, bewaakt door Duitse soldaten. De tweede versie is, dat ze ’s avonds met de trein terug gingen naar Friesland. In Utrecht, waar ze moesten overstappen, kwamen ze door onwetendheid in de trein terecht, die naar Duitsland ging. Dit ontdekten ze bij Arnhem, toen ze zagen, dat er Duitse soldaten de trein instapten.

Feit is, dat ze in een trein naar Duitsland zaten en samen besloten om bij Arnhem uit de trein te springen, zodra die weer ging rijden vanaf het station. Dominicus sprong als eerste, kwam ongedeerd in een weiland terecht en vluchtte weg. Op dat moment wist hij niet, of het z’n broer ook was gelukt om uit de trein te springen. Toen hij ontdekte, dat Leo niet achter hem aan was gekomen, ging hij onmiddellijk terug. Hij heeft langs de spoorlijn gezocht, waar enkele doden lagen, maar het was aardedonker en daardoor kon hij niets of niemand herkennen. Op z’n geroep kreeg hij geen antwoord en uiteindelijk is hij weggegaan.

Enkele weken later kwam hij lopend terug in Friesland, als eerste bij z’n zus Suuske en zwager Klaas in Lytshúzen. Leo kwam niet en vanaf die dag bleef het voor de familie een vraag of hij nog in leven was. Naar later zou blijken, was het Leo niet gelukt om uit de trein te springen; hij werd tegengehouden door de Duitsers, en kwam terecht in het strafkamp Mittelbau-Dora bij Nordhausen in Duitsland. Dit kamp, dat in augustus 1943 met de verplaatsing van de bewapeningsprogramma’s naar de mijngangen in de berg Kohnstein in allerijl ontstond, was een oord van verschrikking.

Kinderen Anne Flapper w
Fam. Flapper.

De gevangenen moesten de mijngangen ombouwen tot een rakettenfabriek en werden gehuisvest in de tunnels zelf. De levensomstandigheden waren in de eerste fase van het kamp verschrikkelijk. Dag en nacht ging het bouwen van de tunnels met behulp van dynamiet door. De lucht was voortdurend gevuld met gas en steenstof, die neerdaalden op de slaapplaatsen van de gevangenen. Dat had een verwoestend effect op ogen en longen en door het lawaai van de boormachines kregen de gevangenen weinig kans om te slapen. Zij sliepen in houten kribben op strozakken, vier boven elkaar met 60 cm tussenruimte, die in vier korte dwarsgangen waren opgesteld. Hierin huisden gemiddeld 10.000 gevangenen. Door de zeer onhygiënische situatie in de tunnels zaten de strozakken binnen de kortste keren vol ongedierte. Er was geen water beschikbaar om te drinken of om te wassen in de tunnels. Gedurende een periode van vier maanden konden de gevangenen zich niet wassen. Ten einde raad urineerden sommigen in hun handen om daarmee de kalkstof van hun gezicht te kunnen wissen. Er liep weliswaar een waterpijp door de tunnel, maar als iemand zich probeerde te wassen met het water, dat daaruit lekte, dan werd hij geslagen door de bewakers van de SS. De gevangenen moesten hun behoeften doen in half doorgezaagde benzinevaten. Daarvan waren er niet voldoende, zodat de tunnels al spoedig vreselijk vervuilden. De eerste winter stierven dan ook 2700 tot 2900 mensen van ongeveer 30 jaar als gevolg van stoflongen, diarree, mishandeling en executies. Soms bedroeg het aantal slachtoffers 120 per dag. Het groot aantal doden bleef niet onopgemerkt. Daardoor werd het kamp Dora berucht onder de gevangenen van andere concentratiekampen.

In januari 1944 begon de productie van de V2. In de lente van dat jaar werd in de open lucht een barakkenkamp gebouwd en werd het leven van de gevangenen iets beter. Het einde van kamp Dora werd ingeluid door het geallieerde bombardement op Nordhausen van 3 en 4 april 1945. Op 4 en 5 april 1945 werden de 40.000 gevangenen weggevoerd in zogenaamde ‘Dodenmarsen’ of per trein geëvacueerd naar Bergen-Belsen, Sachsenhausen en Ravensbrück. Onder hen bevond zich Leo Flapper. Op 11 april 1945 viel Nordhausen en daarmee de berg Kohnstein in handen van de Amerikanen.

Leo arriveerde nog wel in kamp Ravensbrück, maar was een van de 2000 achtergebleven gevangenen, die niet meer konden lopen, te ziekof stevende waren, toen ze op 30 April 1945 door het Rode Leger werden bevrijd.Leo overleed 23 juni 1945 in het kamp. Na de bevrijding brak er voor de familie een onzekere tijd aan. In November 1948 kwam het bericht van het Roode Kruis dat Leo 23 Juni 1945 in kamp Ravenbrück was overleden door algehele zwakte en ziekte, en in een massagraf aldaar was begraven.

Dominicus heeft altijd spijt gehad van het feit, dat hij als eerste uit de trein is gesprongen. ‘Leo hie earst springe mutten. Ik wie de âldste en ik hie my wol réden…!’ Hij overleed plotseling op bijna 43- jarige leeftijd in het Juliana hotel in De Koog op Texel, waar hij bedrijfsleider was. Op maandag 15 november 1948 was de Requiemmis voor Leo in de Vituskerk van Blauwhuis. Door de ogen van de vijand gezien, was het fout wat Leo deed, maar menselijkerwijs heeft hij goed gehandeld. Laten we hem zo in onze gedachten houden.

Concentratiekamp Mittelbau-Dora (1943-1945)

Mittelbau-Dora, was een kamp, dat in augustus 1943 in gebruik werd genomen nabij Nordhausen, waar ook al het Buchenwald kamp lag. Het gehele Mittelbau-Dora complex omvatte uiteindelijk circa 40 subkampjes en bestond uit onderaardse gangen in de berg Kohnstein, die sinds 1938 werden gebruikt voor de opslag van gifgassen, chemicaliën en brandstof. Aanleiding voor het ontstaan van het kamp, was het bombardement van de geallieerden in de nacht van 17 op 18 augustus 1943 op Peenemünde, waar sinds 1937 werd gewerkt aan de ontwikkeling van een Duitse raket. Na deze actie moesten de Duitsers op zoek naar een plaats waar de fabriek geen hinder zou ondervinden van luchtaanvallen en ze in het geheim konden werken aan de productie van V2-raketten. Die vonden ze in de berg Kohnstein.

Vanaf 28 augustus 1943 moesten gevangenen uit andere concentratiekampen en mensen uit talrijke landen die door de Duitsers bezet waren, het gangensysteem in de berg vergroten en verbouwen tot een rakettenfabriek, het zogenaamde “Mittelwerk”. Deze dwangarbeiders werden, dag en nacht, in de mijngangen opgesloten. Velen van hen stierven al na een paar weken vanwege de verschrikkelijke werk en leefcondities. Vanaf januari 1944, toen de fabriek klaar was, werden de eerste door Joseph Goebbels aangekondigde vergeldingswapens (V2-wapens) gemaakt. In het voorjaar van 1944 werd een bovengronds barakkenkamp gebouwd.

Op 11 april 1945 werd het kamp bevrijd door de Geallieerden. Op het totaal van 60.000 gevangenen in Mittelbau-Dora wordt het aantal slachtoffers op ten minste 20.000 geschat. Na de oorlog werden alle Duitse wapenfabrieken vernietigd en in de zomer van 1948 werden de tunnels en gangen in de berg Kohnstein opgeblazen. Daarmee kwam een einde aan een van de meest misdadige projecten, die de wereldgeschiedenis heeft gekend. In 1964 werd de Gedenkplaats Mittelbau-Dora geopend en sindsdien is het voormalige kamp in Nordhausen te bezichtigen.

Concentratiekamp Ravensbrück (1939-1945)

Zo’n tachtig kilometer ten noorden van Berlijn bevindt zich een van oorsprong moerassig gebied met enkele meren. Hier, in het Pruisische dorp Ravenbrück, liet de SS in 1939 het grootste vrouwenconcentratiekamp op Duitse bodem bouwen. In april 1941 werd een mannenkamp toegevoegd. In juni 1942 werd bij het kamp het ‘Jugendschutzlager Uckermark ‘ voor jonge vrouwen en meisjes opgericht.

Er was een kleermakerij en een strovlechterij. Naast het kamp bouwde de Firma Siemens & Halske 20 werkplaatsen. Wegen hier naar toe moesten door gevangenen met de hand worden aangelegd. Loodzwaar werk. In de jaren 1939 -1945 zijn in Ravensbrück ongeveer 132.000 vrouwen en kinderen en 20.000 mannen als gevangene geregistreerd. De gevangenen waren afkomstig uit meer dan 40 landen. Tienduizenden werden vermoord in de gaskamers, stierven door honger, ziekte of door medische experimenten.

In 1945 was er een grote toestroom van gevangenen uit andere kampen, die door de opmars van het Rode Leger en de Geallieerden werden ontruimd. In april van dat jaar evacueerden het Internationale, het Zweedse en het Deense Rode Kruis ongeveer 7.500 gevangenen. Op bevel van Himmler liet kampcommandant Fritz Suhren de 20.000 overgebleven gevangenen in meerdere marscolonnes te voet naar het noordwesten voeren en werden alle dossiers en kaartsystemen vernietigd.

Op 30 april 1945 bevrijdde het Rode Leger het concentratiekamp Ravensbrück, waar op dat moment nog zo’n 2.000 zieke gevangenen waren. Velen van hen stierven in de daarop volgende weken, maanden en jaren.

In 1959 werd de gedenkplaats Mahn- und Gedenkstatte Ravensbrück geopend. Een kampmuur werd een Muur van de Naties, met de namen van 20 landen en een rozenperk met een massagraf voor de overleden gevangenen.

Concentratiekamp van Kitty de Josselin-de Jong

Een stenen vloer en kaal geschuurde wanden,
e
en stank van schimmel, giftig groen en zwart,
het aldoor bloeden van zijn rauwe handen,
en muren, muren, muren om zijn hart.

Een maal dat hij met honderden moet delen,
een hongerpijn die alle kwelling tart,
de nooit gestilde eenzaamheid van velen,
e
n muren, muren, muren om zijn hart.

Een zware taak in hitte, koude, regen,
een stem die in zijn slaap nog vloekt en sart,
de wanhoop, onvoorwaardelijk verzwegen,
en muren, muren, muren om zijn hart.

Een foltering die niets ooit kan verzoenen,
een niet-meer-weten, dat zijn ziel verwart…
En dan de dood in duizend visioenen
op muren, muren, muren om zijn hart.

Foto’s, papieren en mondelinge informatie van:

  • Anna Bekema-Flapper (dochter van Suuske Flapper)
  • Dominicus Altena (zoon van Truke Flapper)
  • en van andere familie en leeftijdgenoten uit Blauwhuis.
  • Boekje: De zusters van de Voorzienigheid te Blauwhuis
  • hoofdstuk Oorlogstijd door pater W. van Rijnsoever
  • Gedenkstatte Mittelbau-Dora – internet: www.dora.de
  • Website www.v2platform.nl
  • Comité Vrouwen van Ravensbrück – internet: www.ravensbruck.nl
LAAT EEN REACTIE ACHTER