Aan Heeren Onderwijzers

0
325
Boekje01

Aan Heeren Onderwijzers der jeugd in Friesland. Het Friesch Genootschap van Geschiedenis, oudheid en taalkunde had in 1857 bedacht, dat van alle Friese dorpen de onderwijzers een verhaal over hun dorp zouden schrijven. Ook van Tjerkwerd is zo’n verhaal geschreven. Hoogst waarschijnlijk door hoofdmeester Peter Jan Aitema (van 1840 tot1892  hoofd der school). Hieronder de uitnodiging en het verslag van Aikema.

Boekje13

Nadat door het FRIESCH GENOOTSCHAP van Geschied-, Oudheid- en Taalkunde, gevestigd te Leeuwarden, sedert bijna dertig jaren onderscheidene geschriften zijn uitgegeven, om de schoone en belangrijke Geschiedenis van Friesland meer in het licht te stellen, heeft vooral het tot stand brengen van een lang gewenscht  Kabinet van Oudheeden (in gemeenschap met de Provincie ten jan. 1853 in een der bovenlokalen van het Paleis van Justitie opgerigt , en , even als de Provinciale Bibliotheek, ‘s Maandags, Dingsdag en Vrijdagsmorgens voor ieder toegankelijk) aanleiding gegeven om pogingen in het werk te stellen, ten einde de belangen der Tweede Afdeeling van de Werkende Leden des Genootschaps meer te bevorderen.

Volgens Art. 9 en 10 der Wetten “houdt deze Afdeeling zich bezig niet het opsporen , beschrijven en ophelderen van alle Oudheden, en van vroegere en latere Gestichten en Gedenkstukken op Frieslands grond, of daarmede in betrekking staande. Zij strekt hare bemoeijingen uit tot het onderzoek naar de vroegere of latere geographische en geologische gesteldheid van Friesland, en van de gewesten en wateren, daaraan trenzende, den aanwas van nijverheid en voorspoed, en den verschillenden toestand van landbouw en fabrijkwezen.”

Om dit doel op gepaste wijze te bereiken, neemt liet Bestuur des Genootschaps, op voorstel van den Voorzitter der Tweede Afdeeling, de vrijheid, daartoe de hulp in te roepen van de Onderwijzers, die, vooral op het land, meer dan anderen in de gelegenheid zijn, hunne woonplaats te loeren kennen en te kunnen beschrijven, en die, zoo men hoopt, daarin eene aangename bezigheid zullen vinden, om ook naar buiten voor anderen nuttig te zijn.

Diensvolgens noodigt liet Bestuur ook U bij deze beleefdelijk uit, om in dit boek achtereenvolgens mededeelingen te willen doen omtrent de volgende punten:

A. Beschrijving van de ligging en den tegenwoordigen toestand van uwe woonplaats en daartoe behoorende gehuchten, buurten enz.

B. Opgaven van de grootte der plaats en van hare verschillende grondsoorten, zoo mogelijk ongeveer het getal bunders klei, zand enz. en hoeveel daarvan gebezigd worden tot wei- en hooiland, bouwland, bosch enz.

Boekje14

C’. Opgave van liet getal der

1. Verspreide Boereplaatsen ,
2. Buitenplaatsen met de namen,
3. Woonhuizen,
4. Bevolking,
5. Leden van de gezindten ,
6. Bedeelden bij elke gezindte en daar buiten,
7. Schoolkinderen,
8. Fabrijken , handwerken enz. ,
9. Polders, bedijkingen enz.

D. Beschrijving van liet Kerkgebouw niet daaraan verbondene historische herinneringen , alsmede afschriften van de zich daar in of bij bevindende Opsehriften , Wapenborden, Grafschriften, Randschriften van klokken enz.

Wanneer de Kerken soms Grafzerken, snijwerk of bouwkundige sieraden bevatten, welke bijzondere Kunstwaarde bezitten, dan zal eene aanwijzing daarvan aangenaam zijn, om er afbeeldingen van te doen vervaardigen, zoo als er reeds op kosten des Genootschaps van de Kerken van Bolsward en Terkaple gemaakt zijn.

E. Beschrijving van het Schoolgebouw met onderwijzerswoning, met opgave der jaren van stichting, verbetering enz.

F. Beschrijving van andere bestaande Openbare Gebouwen, Gestichten, Inrigtingen enz. met opgave van het getal inwoners of leden.

G. Opgave van de voornaamste bronnen van, bestaan, aard van den handel enz.

H. Opgave van de Middelen Vaat gemeenschap en vervoer.

1. Historische Merkwaardigheden of herinneringen aan de plaats verbonden, vroegere Staten, Stinzen enz.

J. Opgave van Bijzonderieden , Oudheeden , Terpen , opgravingen enz.

K. Opgave van Beroemde Personen, die in de plaats geboren zijn of daar gewoond hebben.

L. Opgave van de Jaarmarktem, en of deze zich ook door een bijzonderen tak van handel onderscheiden.

Met de voldoening aan dit verzoek zal U het Bestuur en de belangen, waaraan het Genootschap zich heeft gewijd, zeer verpligten; terwijl de terugzending aangenaam
zal zijn aan het adres van den Heer W. Eekhoff te Leeuwarden, zoo mogelijk voor 1 October dezes jaars.

Leeuwarden,                            Het Bestuur van het Friesch Genootschap,
Maart 1857.                                Mr. J. DIRKS, Voorzitter,
Mr. I. TELTING , Secretaris.

Blijkbaar hadden niet zoveel onderwijzers zin in deze taak. Zodat de Schoolopziener een brief stuurde om toch vooral zo’n verhaal te schrijven.

Boekje15

Mijnheer!
Het Bestuur van” liet Friesch Genootschap van Geschied-, Oud- en ‘Taalkunde heeft in April des vorigen jaars aan meest alle Onderwijzers in Friesland een boek toegezonden, met uitnoodiging, om daarin te willen beantwoorden de daar vóór geplaatste vragen betrekkelijk de bijzonderheden van ieders woonplaats.

Met regt mogt het Bestuur vertrouwen , dat ieder zoo welwillend zon zijn die invulling en inzending voor 1 October te doen , dewijl toch die bijzonderheden mogten verondersteld worden bij de Onderwijzers bekend te zijn. Waren zij dit niet, dan was dit toch eene geschikte gelegenheid, om daarnaar onderzoek te doen en eigene kennis van de eigen plaats te bevorderen.

Daar echter slechts weinige Onderwijzers aan die uitnoodiging hebben voldaan, en de ontvangene mededeelingen grootelijks de begeerte hebben opgewekt, om ze van alle steden en dorpen te bekomen , zoo dient deze om U te verzoeken , alsnog daaraan gevolg te geven en voor 1 October van dit jaar het boek ingevuld aan den Secretaris des Genootschaps, den Heer Mr. I. Telting te Leeuwarden, terug te zenden. Mogt U nog een ex. van dit boek verlangen, dan gelieve U dit van ZEd. aan te vragen. Door de voldoening aan dit verzoek kan U een bewijs geven van uwe bekwaamheid en liefde tot uwe woonplaats, en zal U daardoor aan de beoefening der wetenschappen in dit gewest eene dienst bewijzen en ook mij verpligten.

De Schoolopziener van het district in Friesland.

Boekje01

A De buurt van Tjerkwerd, waar zich het kerkgebouw bevindt, ligt aan de Workumer Trekvaart, op een halfuur afstand Bolsward. Het dorp met zijn veertig boereplaatsen beslaat eene vrij groote oppervlakte. Die boereplaatsen liggen gedeeltelijk vrij opzeide (?) zoo zelfs dat de uiterste gelegen zijn dicht bij de Kerken van Wolsum, Dedgum en Exmorra en veeleer tot deze dorpen dan tot Tjerkwerd schijnen te behooren. De buurt van Tjerkwerd is klein en weinig regelmatig gebouwd. Zij bestaat uit eenentwintig woonhuizen, waaronder dan een v weinige op eenigen afstand gelegen mede begrepen zijn. Zijnde daarbij drie boerenplaatsen aan en bij de buurt gelegen niet gerekend. In het geheel zal het aantal huizeb zoo boerewoningen als andere het getal van zeventig noets of weinig te boven gaan. De boereplaatsen vormen verschijdene groepen. 1. IJmswoude, 2. Veldhuizen, 3 Buwalda, gewoonlijk jonkershuizen of ook de jonkershuizen genoemd, 4 Arkum, 5 Jousterp, 6 Ritzeburen, 7 Baburen.

Boekje04

B. De grond alhier is zonderuitzondering klei en wordt op weinige bunders na als grasland gebruikt het overige is bouwland.

Boekje05

C.

1. het gansche getal boereplaatsen is veertig.

2. Geen buitenplaatsen

3. Zeventig woonhuizen, daaronder gerekend de boereplaatsen

4. Bevolking 408 zielen

5. Hervormden 285 – Roomschen 91 – Doopsgezinden 22.

6.

Boekje07

7. Het getal schoolkinderen is doorgaans omstreeks zeventig. d i het getal van kinderen tusschen de 5 en 12 jaren, want bij de groote herspreiding (?) der boereplaatsen is het aantal schoolkinderen ‘s winters soms gering.

8. Ten opzichte van handwerken valt niets bijzonders op te merken

9. Men vindt hier de Ritzebuurster Polder. Andere polders die zich mede over Tjerkwerd uitstrekken behooren meerendeels tot andere dorpen.

Boekje03D.

Het kerkgebouw, dat fraai is en welonderhouden wordt, levert niets eigenlijke merkwaardigs op. Een paar nissen in den buitenmuur hebben welligt vroeger tot plaatsen voor heiligenbeelden gediend (Thans wordt het door de Hervormden gebruikt) Het gebouw moet vroeger aanmerkelijk langer geweest zijn* (*dan Thans). Ook de aanmerkelijke wijdte in vergelijking der lengte maakt dat waarschijnlijk. De voorgevel, er is hier namelijk geen toren vóór, maar een koepel op de kerk, die kenneijk van latere datum is dan het overige deel der kerk moet in 1642 gebouwd zijn; althans dat getal wordt er op gevonden. De koepel is in 1830 gebouwd, ter vervanging van een tot dien tijd toe bestaan hebbende, zoogenoemd klokhuis. De kerk is versierd met een smaakvol en ruimschoots voldoend orgel, ten jare 1851 door de orgelbouwer van Dam vervaardigd.

Er zijn hier eenige wapenborden aanwezig van welke, voor zoover mij bekend is, niets bijzonders te vermelden valt.

Boekje08

Het schoolgebouw, dat vrij wel is ingericht is in 1838 gebouwd. Het schoolhuis dat van veel ouderedagteekening is, is van tijde tot tijde veel verbeterd.

Boekje06

F. Er bestaat hier niets van dien aard, dat onder deze rubriek bedoeld wordt.

G. Bijna uitsluitend zijn de boereplaatsen alhier greidplaatsen(*)(*Bouwplaatsen zijn hier in het geheel niet, wel een enkele waarbij eenig bouwland gebruikt wordt) De handel, die hier overwegend bedreven wordt, bepaalt zich enkel tot winkelnering. De handwerken, die hier geoefend worden zijn niets anders dan meest gewonen. Omtrent dit alles niets bijzonders te vermelden.

Boekje09

H.    Ook hieromtrent valt niets te vermelden.

I.    Er moet hier weleer ondermeer(?) staten of stinzen bestaan hebben. In de plaats de Walta – State, onmiddelijk bij de buurt achter de kerk. Op jonkershuizen of Buwalda moeten er zegt men, drie bestaan hebben. Eene van deze was de Hoijtema state, van welke de poort voor een niet groot aantal jaren is afgebroken. Welke namen de beide andere staten moeten hebben is mij niets bekend. Op Ymswoude moet bestaan hebben de Homminga state met een kapel. Een stuk land aldaar, waarin men wel eens lijken gevonden heeft, draagt nog den naam van ‘het Kerkhof’. Leden van eene familie Homminga wonen hier nog tegenwoordig. Ook in de kerk wordt op een of meer grafsteenen de naam van Homminga gevonden. Van Ymswoude loop eene vaart naar de Workumer trekvaart de Bloederige vaart, zoo als zij in het dagelijks verkeer alhier genoemd wordt, waarvan de overlevering den naam afleidt, van een gevecht, dat daar ter plaatse door eene Walta tegen die van Sneek zou gelevers zijn.

Boekje10

J.    Op Ymswoude wordt een terp gevonden, welke voor een gedeelte is weggegraven. Een andere, die vroeger naar de kant van Exmorra en Allingawier werd gevonden is bijna geheel vernietigd.
K. en L.     Vervallen geheel.

 

 

 

Boekje11

Boekje12

bron: http://www2.tresoar.nl/digicollectie/item.php?object=15&item=1124

LAAT EEN REACTIE ACHTER
DELEN
Vorig artikelDe Johanna Jacoba
Volgend artikelDe MDT- Partij