Uit de notulen

0
352

Toen in 2002 het schooljubileum naderde vroeg de reüniecommissie mij of ik voorafgaand aan de feestelijkheden misschien wat anekdotes kon vertellen. Na enige speurwerk in oude notulenboeken kwam ik met bijgaand verhaal op de proppen. Het gekke is wel dat ik deze tijdens het feest niet heb uitgesproken. Sommige sprekers waren zo lang van stof, dat ik destijds besloot me maar wijselijk stil te houden.

1902-1977
Met behulp van de notulenboeken heb ik, mede dankzij mijn vader die e.e.a. voor mij uit heeft willen pluizen, de volgende schets van onze jubilerende Christelijke school gemaakt:

Na een aantal voorbereidende vergaderavonden wordt in mei 1902 de eerste officiële vergadering belegd onder voorzitterschap van ds. J. van Rijs. Aan de eventuele nieuw op te richten schoolvereniging wenst een dertigtal ouders zich op te geven. Men wenst aansluiting te zoeken bij het zogeheten Christelijk volksonderwijs. Helaas geeft dat direct problemen bij het Christelijk gereformeerde dorpsdeel. De schoolstrijd is nog niet uitgewoed moet u weten. Op 7 augustus worden de statuten en het huishoudelijk reglement vastgesteld, de ‘drie formulieren van Eenigheid’ gelden als grondslag. Wat veelvuldig in deze vroege notulen te lezen valt is het chronisch geldgebrek. Het verkrijgen van geldelijke bijdragen lijkt een doorgaande strijd van veel smeken en bidden. Men benadert kerkenraden in geheel Friesland, ja zelfs die ‘tot in Holland’. Ondanks de financiële moeilijkheden is men toch succesvol, want reeds op de 10e november van dat jaar wordt de Koninklijke goedkeuring verkregen. De nieuwe vereniging is dan een feit! De penningmeester van het eerste uur, de beste man zal van de vele perikelen grijze haren hebben gekregen, was dhr. H. Reitsma. De secretaris was dhr. O. Jouwsma. Ik noem expres zijn naam, omdat ik na mijn aanstelling alhier er al vrij snel achter kwam dat hij familie van mij bleek te zijn. Zijn zoon Jan trouwde later namelijk met mijn vaders oudste zuster. (Ze woonden in Dedgum. In de jaren 50 emigreerden ze naar Wash./USA).

De bouw van de school wordt voortvarend door timmerbedrijf J. Zijlstra uit het eigen Tjerkwerd ter hand genomen. In de notulen wordt fijntjes opgemerkt dat ‘het eigen werk meestal tot de beste resultaten leidt’. Al op 29 juli 1903 kan de twee-klassige school met 47 leerlingen feestelijk worden geopend.

Het eerste schoolhoofd is dhr. D. J. Quarré (Karré) uit Workum. Hij ontvangt een jaarlijks traktement van f 750,– De benoemde hulponderwijzer dhr. A. Osinga ontvangt f 500, — terwijl de juffrouw voor het ‘nuttige en verpligte handwerken’ , mevrouw W. de Bruin, per jaar f 65,– gaat verdienen. Saillant detail is dat school en wat later de hoofdmeesterswoning worden gebouwd voor het ‘luttele’ bedrag van f 3694,– Zoals gezegd, vaak wordt in deze eerste jaren gesproken over inkomsten, fondsen, wervingen, renteloze geldleningen en kastekorten. Als in 1907 geopperd wordt een schoolfeest te organiseren in verband met het 5-jarig bestaan van de vereniging, vindt men het verstandiger dit ‘niet door te laaten gaan’, omdat er juist 3 nieuwe lampen zijn aangeschaft. Overigens, de vergadercultuur zoals we die nu kennen bestaat dan nog niet. Het bestuur komt hooguit 3 à 4 keer per jaar bijeen. In 1920 kan er financieel gezien wat vrijer worden geademd. De wet op de gelijkstelling bijzonder en openbaar onderwijs is in werking getreden. Maar als het jaar daarop er een voorstel wordt gedaan om een speelplaats met afrastering bij de school aan te leggen, wordt dat snel terzijde gelegd. Van beiden wordt het nut niet ingezien. In 1924 blijkt echter het batig saldo ruim f 2100,– te bedragen. Nu kan er worden geïnvesteerd in boeken en wandkaarten. De nieuwe hoofdonderwijzer dhr. H.J. Martens (’25-’28) wil vooral aandacht voor ‘den Vaderlandsche geschiedenis’. Ook komen er twee nieuwe kachels, de kinderen maken een schoolreisje naar Artis, en…het speelpleintje wordt gerealiseerd, maar zo staat er te lezen ‘de gemeente Wonseradeel wenscht geen bijdrage te verstrekken’. Ook toen reeds bleek de gemeente niet bepaald scheutig. Na veel getouwtrek, tot aan zelfs de Raad van State toe, komt men alsnog met f 70,– over de brug. In 1926 gaat het schoolreisje richting Oranjewoud. Er gaan maar liefst 112 mensen mee. Dus de kinderen hadden wel een héleboel begeleiders. Een kostenoverzicht hiervan is bewaard gebleven. De meegenomen broodjes kostten 3 cent per stuk.

De school blijkt volop mee te willen gaan in de moderne tijden. Al in 1928 staat in de school een Philips-radio-installatie. Rustig en min of meer voorspoedig kabbelt de school deze jaren voort. 1937 is een belangrijk jaar voor de school. Deze wordt met maar liefst in één klap uitgebreid met 30 leerlingen, dit vanwege het feit dat de school in Wolsum dat jaar wordt opgeheven. De school herbergt dan 104 leerlingen. Dit zal niet te lang duren, want de buskosten om de kinderen naar hier te halen en terug te brengen zijn een te forse aanslag op het schoolbudget. Dan breekt de oorlog uit. Een angstige tijd. In 1941 wordt door de bezetter bepaald dat de ‘Duitsche taal’ verplicht dient te worden opgenomen in het lesprogramma. En wel drie lesuren per week. De brandstofschaarste zorgt voor ongemak. Met name in ’44. De winter zet vroeg in dat jaar. De school wordt derhalve gesloten. De kinderen krijgen les thuis en in de stal van de boerderij van de fam Reidsma. Gedurende het eerst halve jaar van 1945 vinden er geen vergaderingen plaats. De voorzitter ds. Vrielink verhuist met ‘paard en wagen’ naar Raalte.

In 1946 wordt meester Hibma benoemd tot hoofd der school. Het kennisniveau stemt niet tot tevredenheid. Veel kinderen zijn bovendien te vaak afwezig. Ook de opkomst van de vergaderingen is erg magertjes.

Het wordt Meester Hibma’s taak om voor wat het eerste betreft ‘deze zaken te verbeteren’. 1947 is een rampjaar voor de vereniging. De voorzitter ds. van den Brug en pionier en erelid O. Jouwsma overlijden. De Dedgumer jeugd laat het steeds mee afweten. De meeste van hen gaan naar de school In Parrega. Er wordt vaak gespeeld op het kerkhof. Dit moet afgelopen wezen.

In 1951 wordt de school en het schoolhuis aangesloten op de waterleiding. Het toenemende verkeer zorgt voor problemen op de smalle Waltaweg. Het gietijzeren stek van het schoolhuis zal aan de meest biedende worden verkocht.

Het leerlingaantal daalt tot onder de 50 kinderen. Men probeert een ‘modus’ te vinden met de school in Parrega. Meester Hibma vertrekt in 1953 naar Limburg. Meester Walinga wordt het nieuwe hoofd der school. Het gouden jubileum wordt gevierd. De school krijgt een heuse filmprojector aangeboden. Qua leerlingtal lijkt het dieptepunt voorbij want in 1954 telt de school 75 leerlingen. In deze jaren wordt veel gesproken over de bouw van een nieuwe school. Dit gaat voortvarend. Op 10 april 1957 wordt de nieuwe school feestelijk – en dan is korps ‘Eensgezindheid’ altijd van de partij – geopend door de toenmalige burgemeester dhr. Oosterhoff. Kosten zijn ruim f 62.000,– In hetzelfde jaar wordt in bestuurlijk verband voor het eerst gesproken over vrouwelijke leden.

Kinderen hoeven niet meer op de zaterdagmorgen naar school. De voorzittershamer van Ds. Overduin wordt overgenomen door dhr. Draaijer. Er wordt een eerste schoolkrantje uitgegeven; ‘de Verklikker’.

Meester Walinga introduceert ouderavonden in school. Al in 1960 blijkt dat het mastiek op het dak van de school scheurtjes vertoont en er lekkage ontstaat. Ook moet er nieuw meubilair komen, maar de penningmeester komt met cijfers over de treurige financiële toestand van de vereniging. Het ophalen van papier en inzamelen van oud ijzer kan misschien enige verlichting brengen. Een verfbeurt van de schoolbanken moet eerst maar voldoende zijn. Wel wordt er in het schoolhuis een douche aangelegd. Meester Griepsma geeft op een ouderavond samen met de kinderen een prachtig blokfluitconcert. 1963 is het jaar van de verstopte urinoirs. Bijna iedere vergadering komt dit aan de orde, omdat het probleem zich slecht laat oplossen. Meester van der Meulen (wordt later leraar Duits aan het Bogerman in Sneek / ondergetekende heeft nog les van hem gehad) gaat trouwen en zal zich gaan huisvesten in een woonark. Meester behoeft dan niet meer te ‘motorfietsen’. In 1965 overlijdt dhr. Reidsma, een gewaardeerd en zeer gezien oud-bestuurslid.

Reeds in deze tijd vindt er tijdens een bestuursvergadering een discussie plaats over de invloed van de radio en televisie. Wegens achterstallig onderhoud blijkt in 1966 de school(nog geen 10 jaar oud!) in een ‘misserabele’ toestand te verkeren. De situatie is zelfs zo dat het schoolbestuur richting de gemeente dreigt dat deze met geld ‘over de brug dient te komen, daar zij anders genoodzaakt zal zijn het lesgeven stop te zetten’.

Dat de tijden veranderen blijkt in 1967 als een leerling van Katholieke huize op onze school zit. In 1968 worden in de lokalen verduisteringsgordijnen aangebracht i.v.m. het vertonen van dia’s. (in 1985 heb ik bij de sloop d’r nog flink aan zitten trekken…)

In 1969 komt het schoolzwemmen op het lesrooster. Men gaat naar Harlingen. De administratieve last wordt steeds zwaarder. Er wordt aansluiting gezocht bij het administratiebureau CENACO. Dit doet penningmeester W. de Jong de uitspraak ontlokken ‘waarom moeilijk doen als het gemakkelijk kan’. In 1970 wordt vanwege de toename van het aantal leerlingen nagedacht over de bouw van een noodlokaal. Dhr. Dijkstra geeft voorlopig les in de consistorie. In 1972 wordt hij het nieuwe schoolhoofd. En dus, zo staat het in de notulen, is het schoolhuis nodig toe aan een opknapbeurt. De oudere kinderen nemen dat jaar afscheid van de school met de musical ‘het koffertje van meneer van Dalen’. Het zo broodnodige lokaal staat veelvuldig op de agenda, en wel vanwege de hoge bouwkosten en de aankoop van grond. Maar in 1974 is het dan eindelijk zover. In 1976 neemt de heer W. de Jong na 29 jaar penningmeesterschap afscheid en vertrekt meester Blanksma als Avo- leraar naar Bolsward. Meester de Kroon is dhr. Dijkstra opgevolgd. Hij blijkt een handige doe-het-zelver te zijn, want, zo staat er te lezen; ‘Het schoolhuis wordt grotendeels door hemzelf gerenoveerd.’ Er wordt een documentatiecentrum in school ingericht. Het begrip ‘leesmoeders’ wordt voor het eerst genoemd. Nieuwe statuten passeren de notaris. Er wordt hierin niet langer verwezen naar de ‘drie formulieren van enigheid’. Op 17 augustus 1977 wordt o.l.v. oud-voorzitter ds. B. Koole een herdenkingsdienst gehouden i.v.m. het 75-jarig jubileum. Het Waltahûs wordt druk bezocht door reünisten. In het jaar daarop wordt dhr. van der Weg uit Heerenveen benoemd als het nieuwe hoofd der school.

H. van der Zee

In 1983 wordt Anne Dam benoemd tot hoofdmeester. In zijn tijd is het adieu lagere school, welkom basisschool! En welkom ‘de Reinbôge’, want de nieuwbouw in 1986 was uiteraard het hoogtepunt. Ook de tijd van vernieuwende didactiek en pedagogiek. De televisie en VCR worden de nieuwe leermiddelen.

In 1992 (m’n eerste aanstelling was op 1 oktober 1985) nam ik het roer over van Anne. School en omgeving veranderde sterk in dit laatste decennium van de eeuw. Van hoofdmeester naar schooldirecteur, naar locatieleider! Er was sprake van dynamiek, maar ook van toenemende bureaucratie. De oude vereniging ging in het laatste jaar op in het grote geheel van CBO Wûnseradiel. Een eeuw was voorbij!

LAAT EEN REACTIE ACHTER