60 jaar geleden

0
40
60 jaar 2

Herinneringen aan de bevrijding
van Tjerkwerd.

Koster Michiel de Jong had het al een paar keer ter sprake gebracht: “Aan de bevrijding van Tjerkwerd heb ik bijzondere herinneringen. En die zouden eigenlijk voor het nageslacht bewaard moeten worden. ” Dit aanbod sloegen we niet in de wind met als gevolg dat we ons enige weken later bogen over z’n memoires die we hieronder weergeven.

Vijf jaar lang stond Nederland met de rug tegen de muur. Na vijf dagen hadden de Nederlandse strijdkrachten het moeten afleggen tegen de overmacht van de Duitse legers, die de lage landen aan de zee in hun Blitzkrieg onder de voet liepen. Ons land dat al ruim een eeuw geen oorlog had gekend, maakte op onverwachte wijze kennis met de wereldbrand, die door Nazi-Duitsland was aangestoken.

In het diepste geheim werd verzet gepleegd, soms met succes, vaak ook met fatale afloop. En altijd was er de angst, het risico te lopen opgepakt te worden, afgevoerd te worden naar de gevangenis in Leeuwarden, of verder weg naar de kampen met onbekende bestemming en afloop. In dichtbevolkte streken was een nijpend voedseltekort en het onderduikprobleem liet zich ook meermalen voelen. Alle creativiteit werd aan de dag gelegd om de medemens te helpen om ze uit de klauwen van de wrede bezetter te houden.

April 1945
Het was in het voorjaar van 1945. In de week van 11 tot en met 16 april werd mijn broer Sjoerd geboren in alle ellende die er toen was. Maar de bevrijding was in aantocht. Desondanks maakte de komst van een kleine erg veel indruk op mij.

Op de avond van de elfde april werd baakster Geeske Bakker door Heit uit Bolsward gehaald. Ik werd met m’n zus Ieke naar beppe Antje en tante Griet getransporteerd. In de nacht moest Heit opnieuw langs het Trekpad naar Bolsward om dokter Andela te halen, een hachelijk avontuur, want de in het nauw gedreven bezetters maakten dolle sprongen en waren niet te vertrouwen.

In de ochtenduren van 12 april is Sjoerd geboren en kon Heit dokter weer terug naar Bolsward brengen. Het was in diezelfde ochtend dat er nog een trein reed van Leeuwarden naar Stavoren. Door de ondergrondse was de spoorlijn achter Hieslum onklaar gemaakt met als gevolg dat de trein ontspoorde. Het bleek de laatste munitietrein van de Duitsers te zijn die niet lang daarna door Engelse vliegtuigen werd gebombardeerd. Een en ander ging gepaard met enorme dreunen met als gevolg dat vele ruiten barstten. Het vuurwerk laaide huizenhoog op en was van verre afstand te zien. De hoeveelheid munitie was zo groot dat het de hele dag zo’n beetje doorging.

Het gevolg was, dat zuster Geeske Bakker het niet meer zag zitten en naar huis wilde. Heit heeft haar dan ook thuis gebracht en tante Griet van de Zijl was de reddende engel en nam haar taak over.

60 jaar 5
De Harmonie op de hoek van Kade, Singel en Zijl (Waltaweg) fragment van oude ansicht.

De Harmonie was een oud gebouw: een woonhuis annex café met tap en bovenzaal, een zogenaamde ‘trochreed’ en een kruidenierswinkel. Het werd bewoond door de familie Rusticus: vader Durk, moeder Me en de kinderen Wiep, Yke, Pier, Tjomme en Wiepke. In dit gezin vond Ima Loevestein, een Jodin, liefdevol onderdak in 1943. De familie Loevestein was in 1938 uit Duitsland weggevlucht omdat de jacht op de Joden ook daar in alle hevigheid plaatsvond met afschuwelijke gevolgen. Ima was een jonge vrouw van ongeveer dertig jaar. Ze was verloofd, maar haar verloofde, ouders en twee broers hebben de oorlog niet overleefd. Er was overigens nog een zus, maar die zat in Engeland.

Het was voor de familie Rusticus een grote opgave om iemand in huis te hebben die niet gezien en gehoord mocht worden. Het hield ook in dat de kinderen nooit een ‘boarter’ mee naar huis mochten nemen. Ook mochten zij natuurlijk nooit iets vertellen. Wat zal dat een spanningen in het gezin teweeg gebracht hebben, iets om niet te onderschatten.

Een verhaal ter illustratie
In de woonkamer had men lange gordijnen hangen waarachter altijd een stoof op de grond stond. Toen op zekere dag onverwacht bezoek zich aankondigde, verstopte Irna zich vliegensvlug achter het gordijn waar ze staand op de stoof voor het bezoek onzichtbaar was. Laat dat bezoek nou twee uur lang geduurd hebben. Daarna kon Ima pas moe, maar opgelucht uit haar schuilplaats tevoorschijn komen. Niemand had vernomen dat daar achter het gordijn zich iemand met kloppend hart voor de buitenwereld had verscholen.

Omdat De Harmonie eigenlijk een openbaar gebouw was, moest Rusticus van de bezetter het bordje “Voor Joden verboden” voor het raam hangen. Omdat hij dat echter niet wilde, werd de A en B vergunning ingetrokken. Van invloed was dat eigenlijk niet, want er was immers toch niks meer.

Ima Loevestein werd in de familie Rusticus Hinke genoemd. Een gewone alledaagse naam. Haar schuilplaats bevond zich achter de bedstee in het kamertje naast het podium. Mocht de nood aan de man komen, dat was er in het ergste geval nog een plekje boven het oude kraalschrotengewelf van het podium voor haar beschikbaar. Daar zouden ze haar vast niet vinden. De ouderen onder ons kunnen zich nog wel voorstellen hoe zwaar het geweest moet zijn om de tijd te doden. Hinke verslond met dat doel het ene na het andere boek. Er was genoeg keuze, want de bibliotheek van de Christelijke Jongen en Meisjes Vereniging was er nog.

60 jaar 3
Vader Zwalua, Jan, Anne, Renze en moeder Zwalua-Koster.

In september 1944 kreeg fouragehandelaar E. Reidsma in Tjerkwerd een vracht voederbieten. Het werd aangeleverd door schipper Gerrit Zwalua van het vrachtschip de “FIAT”. Gerrit Zwalua was op 2 augustus 1906 geboren in Enkhuizen. Hij was gehuwd met W.A. de Koster die op 3 november 1906 in Breskens op de wereld kwam. Allebei zagen ze in het roefje van de schippersfamilie het eerste levenslicht en groeiden als echte schipperskinderen op. Gerrit had twee zonen en één dochter: Rinze, Jan en Anna.

60 jaar 4
De ‘Fiat’ ergens onderweg in een sluis.

Nadat de bieten gelost waren, kwam het schip aan de Zijl (Waltaweg), mooi onder de bomen zodat je vanuit de lucht niet gezien werd en door de Duitsers met rust werd gelaten. Maar die bomen werden al snel gekapt voor de houtkachels van de Tjerkwerders. Tot overmaat van ramp kwamen in de eerste week van november 1944 de Duitsers om het motorschip de “FIAT” te vorderen. De consternatie bij de familie was groot. Hoe moest je het schip binnen 24 uur opleveren? Waar moest je met al je huisraad en kleren naar toe? In eerste instantie werd alles opgeslagen bij de familie Paulus Zijlstra, de timmerman. Gerrit Zwalua heeft nog van alles geprobeerd om de vordering te voorkomen door bijvoorbeeld de motor onklaar te maken en dergelijke. Uiteindelijk heeft de boot nog een paar dagen bij de kanaalsbrug gelegen waar onder toezicht van de Duitsers de boot gerepareerd moest worden. De “FIAT” zou en moest weg en diende in Makkum afgeleverd te worden. Al gauw kwam er een woninkje vrij op de Kade nummer 2 (Op de foto hieronder helemaal rechts).

60jaar 6
Kade nr 2 rechts op de foto.

En dat werd hun voorlopige verblijfplaats. Het was al met al een zware slag voor de familie Zwalua. Uiteindelijk werd het Gerrit noodlottig, maar daarover verderop meer.

Zondag 15 april, er broeide iets
Die zondag was een trieste dag: het was zwaar bewolkt, er broeide iets. Er gebeurde ook van alles. Je zag groepjes soldaten wegtrekken op fietsen, maar er waren ook nog Duitsers bezig bij de Kanaalsbrug. Simon Brouwer was daar toen de brugwachter, terwijl Meinze Poelstra met familie op het “Tolhek” woonde. Hij zei tegen de achtergebleven soldaten: “Dat opblazen hoecht net mear. Se binnen hjir hast.” De brug is toen gelukkig niet de lucht in gegaan, want ook deze laatste groep Duitse soldaten sloeg uiteindelijk op de vlucht.

Vanuit de stal van Sint Postma (thans Waltaweg 51) trokken gelijktijdig de Binnenlandse Strijdkrachten achter het dorp langs door het land. Ze gingen bij Sybren Feenstra over de strekdam de Kerkstraat in. Wij zaten net te eten en zagen al die B.S. ers door de Kerkstraat de Pastorietuin in gaan. Al die strakke gezichten, blauwe overalls aan en een band om de arm met B.S. erop. Helm op het hoofd en een geweer over de schouder. Er waren ook bekenden bij zoals Feite Reidsma die naast de school woonde.

In de Oude Haven lag een boot. Daar stapten ze in en langzaam maar zeker voeren ze naar Bolsward. Het was hun taak de Kruiswaterbrug in Rijksweg 43 te bewaken. En dat is gelukt. Op die zondagmiddag mocht ik even mee uit wandelen met Feike Jorritsma en Omke Rinze. We liepen op de Trekweg. Opeens was er een geweldige klap. Geschrokken keken we richting Bolsward. Boven de stad ontwikkelde zich een enorme rookwolk. De Blauwpoortsbrug was opgeblazen. Mede door die consternatie waren we al gauw weer in huis en luisterden we gespannen naar Radio Oranje. Het was een bijzondere zondag. De bevrijding kon niet lang meer op zich laten wachten. Dat gevoel heerste bij iedereen. De vraag was alleen: hoe lang zouden de Duitsers nog stand houden?

60jaar7
De oude brug.

Maandag 16 april  eindelijk bevrijd
Het was maandagmorgen 16 april erg mistig. In de verte hoorde je geluiden van zware motoren en hevig geschut. De brug in het dorp was door de N.B.S. (Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten) omhoog gedraaid. Er hing een speciale sfeer. Iedereen voelde dat er wat ging gebeuren. Het was een onwerkelijke situatie. Op een gegeven moment trok de mist op en werd het een prachtige dag.

In die situatie sloeg tegen het middaguur een Canadees verkenningsvoertuig af richting ons dorp. Het was een rupsvoertuig dat voorzien was van allerlei grote sprieten. Voordat we het in de gaten hadden stond hij voor de geopende brug. De brêgewipper Lammert Steiginga was er als de kippen bij om de brug weer neer te laten. En daar stonden ze dan: onze bevrijders, Canadese militairen.

Het was eigenlijk niet te geloven. De verbazing werd nog groter, toen een van die bemanningsleden in het Frysk begon te praten. Zijn ouders kwamen uit Oudega W. Door de slechte staat van de brug kon het verkenningsvoertuig, een bran carrier van de

Canadese legerdivisie, helaas ons dorp niet binnenrijden. Dat werd echter als volgt opgelost. Sjouke Zwaagstra trad naar voren en ging in gesprek met de commandant. Die ging met hem lopend een rondje om de kerk. Op de Singel gingen ze langs bij Meindert van der Wal en ook werd een kort bezoekje gebracht aan Gerben van der Wal die wegens zijn ziekte in een houten tenthuisje lag. Hij had tyfus in z’n voet wat hij had opgedaan in de werkverschaffmg in Oostenrijk. Daarom hadden de Duitsers hem naar huis gestuurd. Zodoende kon hij in de zon en uit de wind thuis kuren. Hij kon maar niet geloven dat het dorp nu bevrijd was. Zijn vader Meindert en broer Macten hebben hem toen met bed en al op een kar geplaatst en naar het plein bij de brug gereden.

Sjouke en de commandant vervolgden ondertussen hun tocht door het dorp. Over het witte houten bruggetje gingen ze naar het AId Hiem en zo kwamen ze in de Kerkstraat. Bij ons huis vertelde Zwaagstra aan de commandant dat er net een ‘lytsenien’ was geboren:Sjoerd.

Het gevolg was dat de beide mannen even in huis kwamen om de baby te bewonderen. Mem kreeg toen een tablet chocolade aangeboden. Een lekkernij die jarenlang voor ons allen een ongrijpbaar verlangen was, zo onwezenlijk en nu opeens een gekoesterd bezit dat door moeder in dank werd aanvaard.

Tussen de Harmonie en Singel 1 staat kerkstraat 2
Op het plein voor de Harmonie werd feest gevierd, op de kruising van Kade, Singel en Zijl (nu Waltaweg).

Toen de mannen terugkeerden naar het plein voor de Harmonie stond het daar vol mensen. Als een lopend vuurtje had het grote nieuws zich natuurlijk verspreid. Er waren veel onbekenden bij: evacués en onderduikers, mensen die het laatste jaar in het diepste geheim in Tjerkwerd waren gehuisvest bij burgers die de verschrikkingen van de oorlog het hoofd boden en zich niet wilden neerleggen bij de onderdrukking. Vaderlandslievende Tjerkwerders die hun eigen leven op het spel hadden gezet om dat van medemensen te redden. Je zag volwassen kerels en vrouwen huilen van blijdschap, van opluchting. En er werd uitbundig gelachen. Het was toch onvoorstelbaar dat iedereen zich nu opeens zo maar op straat mocht begeven! Die vrijheid was de bewoners vijf bange jaren lang ontnomen. Maar nu was daar de ontlading, de hartstocht, de blijdschap. Er was ruimte voor ontboezemingen, verrassende bekentenissen.

Temidden van die feestende massa stond daar opeens een jonge vrouw. Een Jodin, die iedereen een hand gaf en die iedereen ook bij naam kende. Hoe was het mogelijk dat die vrouw twee jaar lang bij de familie Rusticus ondergedoken had gezeten. Niemand die daar ooit iets van had vernomen.

Op hetzelfde moment stond op de hoek van de Kade een klein vrouwtje, gehuld in zwarte kleren. Zij mengde zich niet in de vreugde, want zij was intens verdrietig. In de nacht van 15 op 16 april was haar man Gerrit Zwalua, schipper van het motorschip de FIAT, op 38-jarige leeftijd overleden. Hij kon de bevrijding emotioneel niet aan en kreeg een hartstilstand. Een vrouwen drie kinderen liet hij achter. Het was een gebeurtenis die toch wel een domper op het feest zette.

60jaar8
Geische Wiersma Hofing( * 30-10-1867).

Na verloop van tijd vertrokken de Canadezen weer uit Tjerkwerd. Hun doel was Oudega W. Daar het niet vertrouwd was om met het zware rupsvoertuig over de brug te gaan, ging de reis over Parrega en vervolgens via Dedgum en Arkum.

In Dedgum aangekomen was het een en al verbazing en vreugde. In het bijzonder voor Geische Wiersma Hofing( * 30-10-1867), echtgenote van Jorrit J. Wiersma ( * 8-9-1868). Zij was het die op het voertuig geplaatst werd en vervolgens door het dorp werd gereden. 0, wat was zij trots. Ze had ook nog met de Canadezen gesproken, al ging dat natuurlijk met handen en voeten. Al met al was het voor beppe Geische Wiersma, die ook al 77 jaar was, een ongelooflijke belevenis evenals voor al die Dedgumers, zoals de families Bakker, Poelstra, Van der Wal, Wiersma, Haagsma en De Vries, ja noem ze maar op.

Het werd een onvergetelijk moment om na vijf jaren van onderdrukking nu weer de vrijheid te beleven. En dat werd gevierd, terwijl de Canadezen hun weg vervolgden via Blauwhuis en Westhem naar Oudega W.

Hiermee beëindigt Michiel de Jong z ’n herinneringen. Hij vindt het belangrijk dat ze voor het nageslacht bewaard worden. Steeds kleiner wordt de groep mensen die de verschrikkingen van de oorlog kan navertellen, die de angst van de onderdrukking in het hart heeft meegenomen. Vijf donkere jaren werden hen ontnomen, vaak in de bloei van het leven. Velen overleefden die onmenselijke ontberingen niet door toedoen van de vijand en van hen die met de Duitsers heulden. Michiel is van mening dat de les van de oorlog nimmer vergeten mag worden. Zestig jaar geleden vierde Tjerkwerd feest. Dit jaar deden we dat weer en stonden we stil bij wat er ooit is gebeurd. Opdat we dit nooit meer zullen meemaken moeten we tot in lengte van jaren dit blijven gedenken. Het vastleggen van dit verhaal is daar een onderdeel van.

LAAT EEN REACTIE ACHTER
DELEN
Vorig artikelBouw van Dam orgel
Volgend artikelHomminga/Buwalda